De wintervlucht van Schiphol naar Newark was slecht bezet. De twee stoelen naast mijn raamplaats waren leeggebleven waardoor ik mijn benen ontspannen had kunnen uitstrekken boven de Atlantische Oceaan. Het water lag nu achter ons, en er doemde een volkomen besneeuwd Newfoundland op. Noord-Amerika was wit zover je keek. Het toestel maakte een ruime bocht landinwaarts boven het wat eentonige landschap. Toen zag ik de stad.
Het was februari 2004 en ik maakte mijn eerste reis naar de Verenigde Staten. In een opwelling had ik de reis geboekt. New York, die gewonde hoofdstad van de wereld met Nederlandse wortels, daar moet je toch een keer geweest zijn, was mijn simpele gedachte geweest. Ik was benieuwd welk gevoel de stad me zou bezorgen; wat die plek met me zou doen.

